Vergeetachtigheid of cognitieve achteruitgang: wat is het verschil?
Bijna iedereen wordt vergeetachtiger met de jaren, en dat hoort bij normaal ouder worden. Van cognitieve achteruitgang spreken we pas als meerdere functies minder goed gaan, het geleidelijk erger wordt, en het je dagelijks leven begint te raken. Het verschil zit dus niet in één moment, maar in hoe vaak het gebeurt, waar het over gaat en of het jou en de mensen om je heen opvalt.
Iedereen vergeet weleens iets
Je loopt naar boven en weet niet meer waarvoor. Een naam die je zeker weet wil er even niet uit. Je zoekt je sleutels en ze blijken in je jaszak te zitten.
Dit soort momenten horen bij het leven, en ze komen vaker voor naarmate je ouder wordt. Je brein verwerkt informatie langzamer dan op je dertigste, en je hebt meer tijd nodig om iets nieuws op te slaan. Dat is geen ziekte. Dat is veroudering, net zoals je ogen minder scherp worden.
Wat mensen bezighoudt is de vraag die daarachter zit: hoe weet ik of dit bij mij ook gewoon ouder worden is?
Wat we normale vergeetachtigheid noemen
Normale vergeetachtigheid gaat meestal over kleine, alledaagse dingen. Je vergeet waar je iets hebt neergelegd, je moet even zoeken naar een woord, je mist een afspraak die je later op de dag weer weet.
Twee dingen zijn kenmerkend. Het is tijdelijk: de informatie is er nog, je komt er alleen niet meteen bij. En het houdt je niet tegen. Je doet je boodschappen, je rijdt auto, je regelt je zaken zoals je dat altijd deed.
Wat cognitieve achteruitgang betekent
Cognitieve achteruitgang is een breder begrip dan geheugen alleen. Het gaat om hersenfuncties die minder goed gaan werken, en geheugen is er daar één van. Denk ook aan:
- aandacht en concentratie vasthouden
- plannen en organiseren
- problemen oplossen waar je eerder niet over hoefde na te denken
- weten waar je bent of welke dag het is
- taal: het juiste woord vinden, een gesprek volgen
Achteruitgang betekent bovendien dat het een richting heeft. Het gaat niet om een slechte week, maar om iets dat over maanden of jaren geleidelijk verandert.
Waar het verschil zit
Er is geen enkel voorval dat de knoop doorhakt. Wat wel houvast geeft, zijn vier vragen.
Gebeurt het vaker dan vroeger? Niet vaker dan bij een ander, maar vaker dan bij jou een jaar of twee geleden. Jij bent je eigen ijkpunt.
Waar gaat het over? Een naam kwijtraken is iets anders dan de weg kwijtraken in een buurt die je kent. Hoe automatischer iets vroeger ging, hoe meer het zegt als het nu moeite kost.
Merken anderen het ook? Dit is misschien wel het bruikbaarste signaal. Mensen die je dagelijks meemaken zien veranderingen vaak eerder dan jijzelf, omdat je je eigen aanpassingen niet opmerkt.
Zit het je in de weg? Zolang je doet wat je altijd deed, is er iets anders aan de hand dan wanneer je dingen begint te vermijden of te laten liggen.
Waarom één moment weinig zegt
Iedereen heeft mindere dagen. Slecht geslapen, stress, een verkoudheid, medicijnen, te veel gedronken de avond ervoor: het beïnvloedt allemaal hoe goed je hoofd het doet. Wie zichzelf test op zo’n dag schrikt van de uitslag, terwijl er niets veranderd is.
Daarom is één meting geen antwoord. Wat wél iets zegt is een reeks: dezelfde meting, herhaald over maanden, waarin je ziet wat voor jou gewoon is en of daar een richting in zit. Een uitschieter valt dan op als uitschieter, en niet als oordeel.
Wat je zelf kunt doen
Dit is het deel dat vaak ondersneeuwt. Een aanzienlijk deel van de gevallen van dementie hangt samen met factoren die je kunt beïnvloeden. Onderzoekers van Maastricht University brachten die samen in de LIBRA-score: vijftien factoren, waaronder bloeddruk, bewegen, roken, slaap, gehoor, stemming en sociale contacten.
Dat is geen garantie, en niemand kan beloven dat je met gezond leven niets overkomt. Maar het is wel het tegenovergestelde van machteloos afwachten, en het werkt op elke leeftijd.
Lees over de vijftien leefstijlfactoren
Wanneer het tijd is om er iets mee te doen
Herken je meerdere van de vier vragen hierboven, en houdt het aan, dan is het verstandig om het niet alleen te dragen. Bespreek het met iemand die je vertrouwt en die je goed genoeg kent om mee te kijken. Twee waarnemingen zijn betrouwbaarder dan één, en het scheelt dat je er niet in je eentje over loopt te piekeren.